Het examen is opgebouwd uit vijf domeinen met elk een eigen weging. Sinds de update van de skills-outline in april 2026 zijn identiteiten en governance en compute-resources de zwaarste onderdelen, met elk 20 tot 25 procent van de vragen.
Bij identiteiten en governance draait het om Microsoft Entra ID, Azure RBAC, Azure Policy, resource locks, subscriptions en management groups. Let op de naamgeving: Azure Active Directory heet al een tijd Entra ID, en oudere studiematerialen gebruiken nog de verouderde term. Bij compute gaat het om virtuele machines, availability sets, scale sets, App Services en containers – waaronder Azure Container Apps, dat recent aan de examenstof is toegevoegd.
De overige drie domeinen:
- Virtuele netwerken implementeren en beheren (15-20%)
VNets, subnets, NSG’s, load balancers, VPN-verbindingen, Azure Bastion en Network Watcher
- Opslag implementeren en beheren (15-20%)
storage accounts, blob storage, file shares, toegangsbeheer en replicatie
- Azure-resources monitoren en onderhouden (10-15%)
Azure Monitor, Log Analytics, alerts en back-upstrategieën
Onderschat de netwerkvragen niet vanwege de lagere weging. Netwerken raakt vrijwel elk ander domein, en de vragen zijn vaak meerstaps: je configureert niet één ding, maar moet een keten van instellingen doorzien. Hetzelfde geldt voor opslag, waar je moet weten wanneer je hot, cool of archive tier inzet en hoe je data tussen regio’s repliceert.