AZ-400 en AZ-401 toetsen dezelfde vijf domeinen, maar met een andere weging en een andere rol voor AI. Bij AZ-401 telt het bouwen van pipelines minder zwaar, terwijl processen, beveiliging en monitoring zwaarder meetellen. Ook de eisen voor de Expert-titel zijn veranderd.
De grootste verschuiving zit bij build- en releasepipelines. Bij AZ-400 is dat 50–55% van het examen, bij AZ-401 nog 35–40%. Monitoring, door Microsoft instrumentation genoemd, groeit van 5–10% naar 15–20%. Ook beveiliging en compliance stijgt van 10–15% naar 15–20%, net als processen en communicatie. Alleen broncodebeheer blijft gelijk op 10–15%.
Heb je voor AZ-400 vooral op YAML-pipelines geoefend, schuif dan studietijd door naar monitoring en beveiliging. Een engineer die nu vooral pipelines bouwt, moet bijvoorbeeld ook dashboards opzetten, Azure Monitor koppelen aan GitHub en beveiligingsscans instellen.
Bron: de studiegidsen van Microsoft voor AZ-400 en AZ-401. Omdat AZ-401 nog in bèta is, kan de weging veranderen.
AI is bij AZ-401 geen apart onderdeel, maar zit in alle domeinen verwerkt. Je richt bijvoorbeeld MCP-servers in voor Azure DevOps en GitHub. Een MCP-server is een koppeling waarmee een AI-assistent met je tools kan werken. Daarnaast komen GitHub Agentic Workflows en de Azure SRE Agent aan bod, een agent die problemen in Azure-workloads signaleert. In de praktijk vraag je dan in gewone taal welke deployment de foutpiek van gisteren veroorzaakte.
Ook de eisen voor de Expert-titel veranderen. Voor DevOps Engineer Expert heb je naast AZ-400 een geldige AZ-104- of AZ-204-certificering nodig. Voor Agentic DevOps Engineer Expert noemt Microsoft in de aankondiging GH-300 of AZ-104 als aanvullend examen.
Let op: de certificeringspagina noemt tijdens de bèta alleen AZ-401 als verplicht examen. Controleer de eisen op Microsoft Learn voordat je een examen boekt.