Veel mensen proberen AI te leren door vooral te consumeren: video’s, threads, nieuwsbrieven, prompts. Dat voelt productief, maar je bouwt er weinig vaardigheid mee op. Je herkent iets, maar je kunt het nog niet vlot toepassen.
Wat meestal wél werkt: minder lezen, meer herhalen. Niet op tien verschillende dingen tegelijk, maar steeds op dezelfde soort taak, in jouw eigen context.
Twee leerprincipes helpen daar opvallend goed bij. Ten eerste werkt gespreid oefenen beter dan alles in één blok (het spacing effect). Ten tweede leer je meer door jezelf te testen dan door alleen herlezen of opnieuw kijken (retrieval practice, ook wel test-enhanced learning). Je hoeft die termen niet te onthouden. Je gebruikt ze automatisch als je je oefening klein, herhaalbaar en toetsbaar maakt.
Kies één doel dat morgen al iets oplevert
“AI leren” is veel te breed. Als je snel resultaat wilt, kies je één doel dat je elke week opnieuw kunt oefenen. Denk aan een tekst verbeteren zonder feiten te veranderen, sneller een eerste opzet maken voor een document of presentatie, of een terugkerende taak samenvatten, structureren of controleren.
Hoe concreter je doel, hoe makkelijker je kunt meten of je vooruitgaat. Bijvoorbeeld: ben je sneller klaar, heb je minder correctierondes nodig, of krijg je output die beter aansluit op wat jij bedoelt?