Over de computervaardigheden cursus
In de computervaardigheden cursus breng je in korte tijd alle vaardigheden samen die je nodig hebt om vlot met de computer te werken. Je krijgt algemene kennis over computergebruik aangereikt, en veelgebruikte ICT-begrippen worden helder uitgelegd.
Er is ruime aandacht voor Windows, waaronder de Verkenner en de belangrijkste instellingen om optimaal met je pc of laptop te werken. Daarnaast leer je veilig en doelgericht het internet gebruiken: van favorieten en browserinstellingen tot het beheren van je geschiedenis.
Bij Word en Excel werken we met realistische praktijksituaties. In Word stel je bijvoorbeeld een brief of een document met afbeeldingen op en pas je verschillende opmaakmogelijkheden toe. In Excel maak je berekeningen en werk je met lijsten en tabellen.
Voor wie is deze computervaardigheden training?
Deze computervaardigheden cursus is geschikt voor iedereen die zich de basis van de computer eigen wil maken: van het werken met Windows en internet tot Microsoft Word en Excel. Je hebt geen voorkennis nodig, dus ook als je nog nooit met een computer hebt gewerkt, kun je hier terecht.
Leerdoelen van de cursus computervaardigheden
Door de cursus computervaardigheden te volgen, zul je de volgende kennis en vaardigheden verkrijgen:
- Soorten computers en mobiele apparaten.
- Het gebruik van de computer, met name Windows.
- Apps en programma's beheren.
- Het navigeren en aanpassen van het bureaublad, de taakbalk en vensters.
- Het beheren van bestanden en mappen.
- Soorten webbrowsers.
- Een webbrowser toegankelijk maken.
- Het gebruikmaken van zoekmachines.
- Navigeren door Microsoft Word.
- Een document aanmaken en opslaan.
- Tekst typen en bewerken.
- Een document afdrukken.
- Navigeren door Microsoft Excel.
- Een werkblad aanmaken, openen en sluiten.
- Cellen beheren en vullen met gegevens.
- Berekeningen uitvoeren in Microsoft Excel.
- Werkbladen opmaken.
Aanbevolen voorkennis
Je hebt geen specifieke voorkennis nodig om aan deze computervaardigheden cursus deel te nemen.
Onderwerpen van de computervaardigheden training
Dag 1
Module 1: Algemene kennis en Windows
Basis van computergebruik
- Soorten computers, ook de zogenaamde mobile devices.
- Besturingsprogramma's voor de verschillende apparaten.
- ICT-kreten.
Basis van Windows
- Inleiding, voorbereiding, software en instellingen.
- Wat doet Windows en Windows-versies.
Basishandelingen
- Opstarten, aanmelden, afmelden en afsluiten van Windows.
- Gebruik van muis en toetsenbord (sneltoetsen).
Startscherm
- Startscherm inrichten, tegels weergeven, verplaatsen, groeperen.
- Apps of programma’s starten.
Bureaublad
- Muistechnieken: werken met vensters en werken met pictogrammen.
- Taakbalkfuncties in Windows.
- Werken met vensters: vensteronderdelen, menu’s en schuifbalken.
De Verkenner met de bibliotheken, mappen en bestanden
- De bestandenverkenner.
- Bibliotheken en mappen.
- Map maken, verwijderen.
- Bestand maken, zoeken, verwijderen, naam veranderen.
- Bestanden en mappen kopiëren en verplaatsen.
- Bestanden verwijderen en bestanden terugzetten (prullenbak).
- Instellingen en weergaven.
Module 2: Internet
- Gebruikmaken van verschillende browsers zoals Chrome - Edge.
- Een browser als standaard instellen.
- Browser plaatsen in Start en Taakbalk en op het Bureaublad.
- Bescherming en beveiliging; incognitovenster als een onderdeel.
- Internetadres gebruik (URL).
- Zoeken met zoekmachines mét de echte zoekmogelijkheden.
- Instellen van Favorieten.
- Cookies en tijdelijke internetbestanden; het gebruik maar ook het wissen.
- Instellingen van de browser.
- Webwinkels.
- Downloads.
Dag 2
Module 3: Word 1
- Word starten en sluiten.
- Het Word-scherm met de diverse onderdelen.
- Nieuwe documenten maken dus ook opslaan.
- Documenten openen, opslaan en opslaan met een nieuwe naam.
- Invoegpunt verplaatsen.
- Tekst typen.
- Nieuwe regel, alinea en pagina.
- Hoofdletters typen.
- Tekst selecteren en bewerken, knippen, kopiëren en plakken.
- Tekst verwijderen.
- Acties ongedaan maken.
- Zoeken en vervangen.
- Tekst afdrukken.
- Afdrukvoorbeeld.
- Afdrukken.
- Papierinstellingen wijzigen.
Module 4: Excel 1
- Excel starten, weergeven en sluiten.
- Een werkmap maken, openen en opslaan.
- Cellocatie aanpassen, verplaatsen en gegevens invoeren.
- Tekst en getallen invoeren.
- Invoeren van datum, tijd, nummers in plaats van getallen.
- Corrigeren van de invoer.
- Cellen selecteren, kopiëren en verplaatsen.
- Werkbladen in het bestand selecteren en herbenoemen, invoegen, verplaatsen, kopiëren, verwijderen en verbergen.
Berekeningen
- Eenvoudig rekenwerk met getallen; uitleg van de rekenregel.
- Rekenwerk met de locatie van de cel in plaats van een getal.
- De knop AutoSom.
Werkbladen opmaken
- Rijen en kolommen invoegen, verwijderen en bewerken.
- Cellen opmaken, invoegen, verwijderen.
- Getalsopmaak.
- Randen.
- Kleuren toepassen.